Het Dier Het blijft altijd boeiend om te zien hoe het leven in onnoemelijk vele vormen voorkomt. De unieke schoonheid van elk dier, zowel van een huismijt, als van een vis of leeuw.

uit 2015 tot 2022 (klik op de afbeelding om het werk groter te bekijken)
stuur een bericht naar de kunstenaar

Meeuw

2022

De meeste meeuwen zijn carnivoor. Ze eten zowel aas als levende prooien. De prooidieren bestaan meestal uit krabben en visjes. Over het algemeen zijn het vogels van de kust en van open binnenland, die zelden ver op zee of in bossen te vinden zijn. De grootste soorten hebben een bijzonder hoge levensverwachting: er is een geval bekend van een zilvermeeuw die 49 jaar werd. Meeuwen broeden in grote, drukke en lawaaierige kolonies. Ze leggen twee of drie gespikkelde eieren in een nest gemaakt van plantaardig materiaal. De jongen zijn nestvlieders, ze worden met donker gevlekt dons geboren en kunnen direct lopen. De grotere soorten krijgen pas na vier jaar hun volwassen verenkleed, bij de kleinere soorten is dit na twee jaar het geval. Het zijn vernuftige, nieuwsgierige en intelligente vogels die zich veelal op succesvolle wijze aangepast hebben aan de menselijke omgeving. Ze hebben complexe communicatiemethodes en sterk ontwikkelde sociale structuren. Zo is in veel meeuwenkolonies defensief pestgedrag waar te nemen, waarmee potentiële concurrenten op afstand worden gehouden. Sommige soorten, zoals de zilvermeeuw, hebben zelfs vaardigheden ontwikkeld om gereedschap te gebruiken.  

Libellen

2022

Libellen (Anisoptera) behoren tot de orde van gevleugelde insecten. Het zijn middelgrote tot grote insecten die meestal goed te herkennen zijn aan hun lange, uit 10 segmenten bestaande, zeer buigzame achterlijf en de brede vleugels waarmee ze behendig kunnen vliegen. De 4 vleugels zijn niet met elkaar verbonden, zoals bij veel andere insecten. Hierdoor kunnen ze los van elkaar worden aangestuurd en kan de libel opmerkelijke kunsten uithalen, zoals stilstaan in de lucht, verticaal opstijgen en zelfs achteruit vliegen. De vleugelslag is met 20 tot 40 slagen per seconde veel langzamer dan bij andere, kleinere insecten. Het opvallendste aan de kop zijn de samengestelde ogen die uit 10.000 tot 50.000 facetjes bestaan. Met deze ogen nemen libellen bewegingen waar, het bovenste gedeelte ziet scherp op afstand en het onderste dichtbij. Om licht en donker te kunnen onderscheiden heeft de libel nog 3 enkelvoudige ogen, die hoogstwaarschijnlijk functioneren als een optisch evenwichtsorgaan. De vervorming van zijn antennes tijdens de vlucht stelt de libel in staat zijn snelheid te meten.  

Kikker 2022

2022

De amfibieën vormen de overgang tussen water- en landdieren. Kikkers leggen hun eieren in grote klompen kikkerdril in het water. Uit het ei komt een kikkervisje dat alleen in het water kan leven, hij heeft een lange zweepstaart om te zwemmen en kieuwen om mee te ademen. Maar in een paar weken tijd verandert hij: langzamerhand verdwijnt de staart en in plaats daarvan komen pootjes, de kieuwen maken plaats voor longen. Het dier is een echt landdier geworden en klautert de oever op.

Merel

2022

In het krentenboompje in onze tuin zit een vrouwtjesmerel. Mannetjes zijn overwegend zwart en hebben een gele oogring en snavel. In het broedseizoen is hun melodieuze zang 's ochtends en 's avonds te horen. Het vrouwtje heeft een geelbruin of roodbruin verenkleed, dat vanaf een afstand egaal kan lijken, maar de onderzijde en de keel zijn lichter gekleurd en onregelmatig gevlekt of gestreept. De snavel en ook de oogring van het vrouwtje is lichter gekleurd dan die van het mannetje en valt t.o.v. het bruine verenkleed weinig op. Merels hebben een vrij spitse snavel, die perfect aangepast is aan het eten van zaden. De scherpte maakt het mogelijk kleine deeltjes op te pikken, maar de lengte laat ook het verorberen van groter voedsel toe. De merel is omnivoor en voedt zich met insecten, wormen, bessen, vruchten, slakken, afval, brood en vogelvoer. Ze foerageren meestal hippend op- en hakkend in de grond. Daarbij werpen ze mos en bladeren op, en verluchten zo de bodem. Met hun grote ogen zoeken ze hun prooien door de grond af te speuren en als ze op zoek zijn naar regenwormen houden ze hun kop scheef, waarschijnlijk om bodemleven te horen. Na het eten stoten ze soms braakballen met daarin onverteerde zaden uit. Zo worden de zaden van bessen kilometers verderop gedeponeerd en heeft de vogel een aandeel in de verspreiding van planten, ook in het belang van de eigen soort, waarvoor op die manier de voedselvoorziening wordt verzekerd.

Lynx

2022

De Euraziatische lynx of los (Lynx lynx), een katachtig roofdier ter grootte van een flinke hond, komt voor in Noord- en Centraal Europa. Hij staat hoog op de poten, heeft karakteristieke bakkebaarden, gepluimde oren en een kort staartje met een zwarte punt. In de  zomer is de vacht geelbruin met enkele kleine bleke vlekken. Vooral de ledematen zijn duidelijk gevlekt. Lynxen jagen voornamelijk op hazen, reeën en gemzen. Ook knaagdieren en hoendervogels als patrijzen en korhoenders worden gegrepen. Lynxen inspecteren de wildwissels in hun territorium voortdurend op recente betreding door prooien. Ze vallen zieke of zwakke dieren, maar met name onoplettende dieren aan. Maar doordat gemiddeld slechts 1 op de 6 aanvallen succesvol is, worden de prooidieren snel voorzichtiger en moet de lynx zich regelmatig verplaatsen naar een ander gedeelte van zijn territorium. In Noorwegen leven zo’n 500 lynxen, maar wordt beperkte jacht toegestaan. In Finland en Zweden omvat de totale populatie nog zo’n 2.500 dieren. Deze lynx echter stond doodstil in een Noors museum.

De Stadsreus

2022

Op een dag in de zomer kwam hij even langs. Deze Stadsreus heeft een geel achterlijf met dunne zwarte dwarsstrepen, een bruin-oranje glanzend borststuk en een gele kop. Hij doet denken aan een bij of hommel-achtige, maar het is een zweefvlieg. Het insect was hier tot voor kort zeldzaam, maar met het warmer worden van de zomers wordt hij steeds vaker gezien. Hij heeft een voorkeur voor een stedelijke omgeving, vandaar de naam. De eitjes worden gelegd op de bodem van een wespennest en de larven overwinteren daar wanneer de wespen het nest verlaten, om de volgende zomer te verpoppen tot een nieuwe generatie stadsreuzen. De stadsreus wordt groter (2,5 cm!) dan de meeste andere soorten zweefvliegen en  leeft zoals alle zweefvliegen van nectar en stuifmeel. Hij kan niet steken, maar lijkt door grootte en kleuren op de wel van een angel  voorziene Hoornaar. Deze voordeel biedende gelijkenis met een andere soort wordt mimicry genoemd. Andere zweefvliegen lijken door hun zwart-gele strepen meer op kleine wespen of door dichte beharing op hommels, maar geen van hen heeft de slanke 'wespentaille' en ze vliegen met schichtige bewegingen.

Tuinfluiter

2021

Vlak nadat wij een insectenhotel aan onze muur hadden opgehangen, bleek een tuinfluiter dat plekje uitgekozen te hebben om er een nest van mos en gras bovenop te bouwen. De tuinfluiter is een zangvogeltje van ongeveer 14 cm groot (incl. staartveren), die normaal gesproken een komvormig, goed verborgen nest in dichte begroeiing maakt. Hij heeft een onopvallend uiterlijk: een bruingrijze bovenzijde en een licht geelbruine onderkant, een rond kopje met een spits bruin snaveltje en grijsbruine poten. Het voedsel bestaat uit insecten, bessen en zaden. De tuinfluiter broedt van begin mei tot juli. Eén broedsel per jaar, met in ons geval 4 eieren waarvan er twee uitkwamen. Broedduur is slechts 11 à 12 dagen. Naar het schijnt broeden beide ouders op de eieren, maar dat hebben wij niet gezien, het mannetje kwam wel af en toe wat eten brengen. Na het uitkomen zaten de jongen 10 dagen in het nest voor ze uitvlogen, vanaf dat moment hebben we ze niet meer teruggezien. Tussen juli en oktober trekt de tuinfluiter via Frankrijk, Spanje en Portugal naar Afrika, waar hij ten zuiden van de Sahara overwintert. De overtocht naar Afrika verloopt grotendeels via de Straat van Gibraltar. 

Groene Schildwants

2021

De Groene Schildwants wordt ook wel de Groene Stinkwants genoemd. De naam stinkwants is te wijten aan de vies ruikende substantie die wordt afgescheiden ter verdediging. De wants is groen, alleen de punten van de vleugels zijn bruin. Vlak voor de winterslaap kleurt de wants echter geheel bruin om in de lente weer groen te worden. Dan lokaliseren mannetjes en vrouwtjes elkaar door hun lichaam in trilling te brengen. De trilling wordt doorgegeven door de plant waarop de wants zit waardoor andere wantsen weten dat een partner wordt gezocht. Na de paring worden de knalgroene eitjes op een blad afgezet, waaruit wantsjes kruipen die al direct twee antennes en zes pootjes hebben, al is de lichaamsvorm veel boller. De nimf vervelt verschillende malen en krijgt steeds meer kenmerken van de volwassen dieren. De wants leeft van plantensappen die met de steeksnuit worden opgezogen. Hierdoor wordt schade aangericht aan gewassen en bovendien krijgen de planten een typische 'wantsengeur'. De Hazelaar is een belangrijke voedselplant. Waar hun voedselplanten groeien, komen ze algemeen voor.

Vos

2020

Dit vosje leeft in de zomer op een pas hoog in de Alpen. Een vos is in principe niet geschikt als huisdier. Hij is meestal mensenschuw, hoewel hij in sommige omgevingen bedelgedrag kan aanleren. En dat is bij deze duidelijk het geval,  waardoor ik de gelegenheid heb om hem op mijn gemak te bestuderen. Dagelijks moet een vos ongeveer vijfhonderd gram aan voedsel binnenkrijgen. Zijn prooien zijn bijv. muizen en andere knaagdieren, konijnen, hazen, egels, vogels en eieren, maar ook regenwormen en grote kevers. Ook vruchten en bessen (vooral bramen) worden gegeten, evenals aas en afval. De vos is dus een omnivoor, op deze plek scharrelt hij zijn maaltijd bij elkaar van allerlei etensresten van mensen.

Aalscholver

2020

De aalscholver is 80 tot 100 cm lang en heeft een spanwijdte van 120 tot 150 cm. Hij heeft zwemvliezen tussen de voortenen en vangt vis door te duiken. De snavel is lang en voorzien van een haakvormige punt. Het verenpak lijkt zwart, maar eigenlijk is het grotendeels diep bronsgroen. Elk veertje van de bovenvleugels heeft een subtiel zwart randje, wat de vogel een ‘geschubd’ uiterlijk geeft. In het voorjaar zijn hun wangen en dijen wit bevederd, zijn de kruin en de nek van zilverwitte manen voorzien en kleurt de onbevederde keel geel. Dit prachtkleed verdwijnt in de loop van het broedseizoen. Het zijn trekvogels: bij streng winterweer trekken de aalscholvers uit  ons land zuidwaarts tot aan de Middellandse Zee en overwinteren hier aalscholvers uit het  Oostzee-gebied en Noord-Duitsland.De aalscholver zit vaak met uitgespreide vleugels op een paaltje bij het water om zijn verenkleed te laten drogen. Duikvogels in het algemeen mogen geen al te groot drijfvermogen hebben. Daartoe hebben ze zwaardere botten en kleinere luchtkamers en persen ze lucht uit hun veren. Aalscholvers, die diep duiken en langdurig achter vis aan jagen, gaan nog verder. Zij laten hun verenpak nat worden. De baarden aan hun veren staan betrekkelijk ver uit elkaar, zodat binnendringend water vrij spel krijgt en alle lucht verdringt. In Zuidoost-Azië worden tamme aalscholvers afgericht om vissen te vangen voor hun baas, waarbij er een ring om de hals van de vogel wordt gedaan zodat hij alleen maar heel kleine vissen kan doorslikken.

Hagedis

2020

Ze zijn snel,  en blijven meestal klein: de meeste soorten hagedissen worden inclusief staart niet groter dan 50 cm, slechts enkele soorten bereiken een lengte van meer dan 1m. Sommige hagedissen hebben lichaams-uitsteeksels zoals stekels, kammen, hoorntjes, kragen of zweefvleugels. Ze zijn ontstaan in het Trias maar duidelijke fossielen zijn pas bekend uit het Jura. Omdat ze koudbloedig zijn nemen ze graag een zonnebad om opgewarmd te worden. Er zijn ook hagedissen die alleen voorpoten hebben en een aantal groepen is geheel pootloos. Dergelijke hagedissen kunnen gemakkelijk met slangen worden verward. Slangen zijn dan ook uit een groep van hagedissen ontstaan.

Gems

2020

We zijn in het Nationale Park Picos de Europa, in het noorden van Spanje. In deze kloof lopen gemzen, dieren met een geitachtig voorkomen en hoorns die recht omhoog staan, maar aan het einde als een haak naar achteren buigen. In het jaar 2000 waren wij hier ook, en ook toen trok een gems mijn aandacht. Daar heb ik indertijd een schilderij van gemaakt, dus lag het in de lijn der verwachting dat ik ook van deze gems een werk maakte. Gemzen zijn behendige klimmers, die eenvoudig van rots naar rots springen. Ze kunnen in het wild zo'n 15 tot 17 jaar oud worden. Natuurlijke vijanden zijn de lynx en de wolf. In de zomer eten ze allerlei plantaardig voedsel, zoals grassen en kruiden, knoppen, naalden, schors en twijgen. In de winter voeden ze zich met mossen en korstmossen.

Gans

2020

Deze ganzen zag ik lopen in Slovenië. Ganzen zijn grote, zwaargebouwde watervogels, maar omdat ze gespecialiseerd zijn in grazen, leven ze meer op het land dan andere watervogels. Ze kunnen tot 30 jaar oud worden en paren blijven hun hele leven bij elkaar. Ze zijn zeer waaks en kunnen lelijk met hun vleugels slaan. Bij naderend gevaar zullen ze luid gakken. Om deze reden werden ze vroeger als waakvogels gehouden. De nesten worden door de vrouwtjes bekleed met dons dat ze uit hun eigen borst plukken. De jongen verlaten het nest al spoedig na het uitkomen en zoeken zelf hun voedsel, hoewel de ouders ze nog wel warm houden en bewaken. Ganzen trekken in familieverband of grote troepen. Ook in hun overwinteringsgebied leven ze in groepen. Door in V-formatie of golvende linies te vliegen, hebben de vogels een grotere vliegcapaciteit. De ganzen die volgen maken gebruik van de opwaartse luchtdruk die volgt uit de vleugelslag van de voorganger. Zo kan de gans snelheden tot maximaal 46 kilometer per uur halen. Tijdens het vliegen praten ze met elkaar, de achterste ganzen moedigen de voorste aan om op snelheid te blijven.

Duif

2019

Duiven (Columbidae) vormen een familie van middelgrote, compact gebouwde vogels met volle, ronde borst en kleine kop. Ze hebben een snelle, golvende vlucht. Het mannetje heet doffer en het vrouwtje wordt duivin of gewoon duif genoemd. In tegenstelling tot andere vogels kunnen ze water met hun snavel opzuigen. De jonge duiven worden met z.g. duivenmelk uit de krop gevoerd. Een duivenmelker is iemand die duiven houdt, maar die melkt ze toch niet denk ik… Een duif broedt zo'n 16 tot 20 dagen in een eenvoudig, wat rommelig gemaakt nest. Als de jongen geboren worden zijn ze blind en bedekt met een dun geel dons. Na 3 à 6 dagen gaan de oogjes open en na 11 dagen krijgen ze veren. De moeder stopt het voederen na ongeveer 16 dagen, dan eet het jong zelf. Na 25 dagen kunnen de jongen vliegen.

Geit

2019

In Zuid Europa kom je ze af en toe tegen: een kudde geiten. Hier in Noord Europa bijna niet. Toch zijn ze er wel, maar dan binnen, in megastallen, maar dit terzijde. Geiten zijn levendige en speelse dieren. Ze leven graag samen met andere geiten. Uit eerder onderzoek wisten we al dat ze slimmer zijn dan we dachten. Ze blijken, net als paarden en honden, prima te kunnen communiceren met mensen. Oogcontact is daarbij belangrijk, zo is uit onderzoek gebleken. Als geiten een probleem hebben, dat ze niet zelf kunnen oplossen, kijken ze hun verzorger aan,
net als honden die om hulp vragen. Dit doet vermoeden dat de complexe communicatie tussen mens en dier in de loop ven de domesticatie van gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren zich op dezelfde wijze heeft ontwikkeld. 

Kip

2019

Wij menen dat kippen niet gezegend zijn met een grote intelligentie, maar de 'kippentaal' is uitgebreider dan de meeste mensen denken. Kippen produceren wel 30 tot 40 verschillende geluiden, die allemaal verschillende betekenissen hebben. Ze waarschuwen elkaar bijv. met luchtalarm: als er een roofvogel in de lucht vliegt, maken ze een soort piepend, krakend geluid terwijl ze bij gevaar aan de grond paniekerig zullen kakelen. De communicatie vindt zelfs al plaats terwijl de jongen nog in het ei zitten. Een moederkloek geeft haar kennis door aan haar kuikens en die antwoorden door gepiep dwars door de eierschaal heen. Kuikens zijn nestvlieders, wat betekent dat ze, nadat ze uit het ei gekropen zijn, meteen kunnen lopen en voedsel zoeken, hoewel ze de eerste dagen vooral zullen doorbrengen in het zachte, warme dons van de moederkloek. Als de kuikens meer zelfstandig op stap gaan en de moeder vindt dat ze te eigenwijs zijn of afdwalen, zal ze ze door middel van haar geklok terugroepen. Het kraaien van de haan heeft zich vanuit een oorspronkelijke baltsroep ontwikkeld tot een seizoensonafhankelijk geluidssignaal, dat hoofdzakelijk tot afbakening van het territorium dient.

Koe

2019

Bovenop de bergpassen in de Franse Pyreneeën, zoals hier op de Col d’Aspin, kom je borden tegen waarop staat hoe hoog het hier is, en daaromheen verzamelen zich wielrenners die selfies aan het maken zijn…. Maar even daar voorbij is het stil en loop je tussen de grazende koeien, die zich te goed doen aan het malse gras op de bergweiden.

Krab

2019

Krab Krabben (Brachyura) zijn kreeftachtige dieren die behoren tot de orde tienpotigen (Decapoda). De wetenschappelijke naam Brachyura betekent letterlijk korte staart en verwijst naar het onder het buikschild geklapte achterlijf. Omdat krabben geen zichtbare staart hebben, worden ze ook wel kortstaartkreeften genoemd. De onderzijde van een krab is eigenlijk zijn staart en dit is een belangrijk verschil met alle andere kreeftachtigen. Verder worden krabben gekenmerkt door een afgeplat lichaam dat breder is dan lang en omgeven wordt door een rugpantser, ogen die duidelijk op steeltjes staan en het tot grijpscharen omgebouwde voorste paar poten. Andere opmerkelijke eigenschappen zijn de zijwaartse manier van voortbeweging en het vermogen zich snel in te graven. De larven van krabben zijn microscopisch klein en leven als plankton in open zee, volwassen krabben leven vrijwel altijd op de zeebodem. Bijzonder aan dit werk is dat het  tot stand kwam in samenwerking met mijn achterkleinkind Mirthe Smit.

Eland

2018

Moose 1 De Moose ofwel de Eland (Alces alces) is de grootste nog levende hertensoort: hij wordt minstens zo groot als een paard. Het is de enige nog levende soort uit het geslacht Alces. Het dier heeft een opmerkelijke snuit, een ruwe, grijsbruine vacht en lange  poten waarmee hij in diepe sneeuw kan lopen. Volwassen mannetjes hebben een baard en een gewei, dat een spanwijdte van 2 meter kan bereiken. Over het algemeen is dat een breed, bladvormig schoffelgewei met korte uitsteeksels, maar er zijn ook individuen met een takvormig stanggewei. Het voorkomen van beide typen is geografisch bepaald: zo hebben de stieren in het zuiden van Scandinavië vaker een stanggewei en in het noorden vaker een schoffelgewei. Het oude gewei wordt ieder jaar tussen december en maart afgeworpen en groeit vanaf april weer aan. Elanden hebben een sterk ontwikkeld reuk- en gehoororgaan, maar een beperkt zicht. Ze leven voornamelijk van scheuten en twijgen van bomen en hebben een voorkeur voor moerassige streken. De eland is dan ook een uitstekende zwemmer en is regelmatig in het water te vinden. 's Winters zoeken ze drogere gebieden op.

Everzwijn

2018

Op een wandeling in het oerbos van Białowieża in Polen, staat dit everzwijn onverwacht op het pad. Het wilde zwijn komt voor in grote delen van Europa, Azië en Noord Afrika. Duitsland, Oostenrijk, Polen en de Balkan vormen het kerngebied van zijn verspreiding in Europa. Ze zijn door de mens geïntroduceerd in o.a. de VS, Argentinië, Nieuw Guinea en Australië. Er bestaan nogal wat verschillende soorten en variëteiten, maar allen hebben een borstelachtige vacht die 's winters langer en donkerder is dan in de zomer. Ze hebben een kort en stevig lijf en een afgeplatte sterke snuit, die eindigt in een wroetschijf. De achterpoten zijn korter dan de voorpoten. Volwassen mannetjes (‘beren’ of ‘keilers’) hebben slagtanden in de boven- en onderkaak, die naar boven gericht staan. In de borstkas heeft het mannetje een 4 cm dikke laag kraakbeen, die zijn longen en hart beschermt bij gevechten. De biggetjes wegen bij de geboorte slechts +1 kilo, maar een volwassen beer kan tot wel 300 kilo wegen. De jongen worden geboren in een door de moeder aangelegd nest, een kuil gevoerd met varens, grassen en bladeren. Hier  verblijven ze de eerste week van hun leven, waarna moeder en jongen zich weer aansluiten bij de groep. De biggetjes hebben horizontale strepen, ook wel de ‘zwijnenpyjama’ genoemd, als camouflage. De strepen verdwijnen na 3  tot 5 maanden.

Micky 2018

2018

De meeste katten hebben een goed gezichtsvermogen en kunnen goed in het donker zien, doordat zij meer staafjes dan kegeltjes in hun ogen hebben. Ze zijn weliswaar niet kleurenblind, maar hun vermogen kleuren te onderscheiden is zwak. Het gezichtsveld van een kat bedraagt 285° versus dat van een mens 210°. Katten kunnen uitstekend horen en zijn in staat frequenties tot 64 kHz waar te nemen. Een gemiddeld mens hoort frequenties tot 20 kHz. De oren kunnen 180° draaien, waardoor geluiden goed gelokaliseerd kunnen worden. Een kat heeft daarentegen slechts + 500 smaakpapillen terwijl een mens er ruim 9000 heeft. Ze kunnen zout, zuur en bitter van elkaar onderscheiden, maar ze hebben niet zoals wij een voorkeur voor zoet. Ze laten zich voornamelijk leiden door geuren. Een kattenneus bevat ongeveer 20 miljoen geurcellen, 4x zo veel als bij een mens. De neus is vooral afgestemd op stikstof, omdat deze stof zich in rottend voedsel bevindt. Hierdoor is de kat ook goed in staat om voedsel te beoordelen op eetbaarheid, want katten zijn van nature geen aaseters.

Nijlgans 2018

2018

De Nijlgans is een eendachtige vogel die bij de (onder)familie der Tadorninae (halfganzen) behoort. Deze gans leeft voornamelijk op het land, hoewel hij goed kan zwemmen. Hij is soms agressief en ook onderling zijn ze weinig verdraagzaam. Die agressiviteit is trouwens het handelsmerk van deze ganzen. Ze passen bijv. brute kracht toe om het nest van een andere vogel in te pikken - waarvan vooral grauwe ganzen, maar ook roofvogels, kraaien en eenden het slachtoffer zijn - en zien er zelfs geen been in om de kleintjes van andere eend-achtigen te verdrinken. De oude Egyptenaren beschouwden de Nijlgans als een heilig dier en beeldden hem regelmatig af in hun kunst. Dit exemplaar zoekt in het ondiepe water naar voedsel, zijn spiegelbeeld is duidelijk te zien ondanks de rimpeling die over het wateroppervlak trekt.  

Wisenten

2018

De Wisent of Europese Bizon (Bison bonasus) is een evenhoevig zoogdier uit de familie der holhoornigen. Samen met de Amerikaanse bizon (Bison bison) zijn wisenten de twee laatst overgebleven soorten uit het geslacht Bison. Aan het eind van de 15e eeuw was de wisent in Europa al zo zeldzaam geworden dat er maatregelen genomen moesten worden in de vorm van jachtbeperkingen. Weliswaar werd het uitstervingsproces hierdoor vertraagd, maar de Eerste Wereldoorlog bracht de genadeslag voor de soort. De laatste wisenten werden in 1919 gezien. Na de Eerste Wereldoorlog werd met succes een poging ondernomen om de soort van de ondergang te redden. Er werd een stamboek bijgehouden en gefokt met wisenten die overgebleven waren in dierentuinen en privécollecties. In 1952 vond de eerste herintroductie van wisenten plaats in het oerbos van Białowieża in Polen, nu een Nationaal Park. Het jaar daarop gebeurde hetzelfde in het Wit-Russische gedeelte van het bos. Er bevinden zich nu weer vrij levende populaties in Polen, Wit-Rusland, Oekraïne, Rusland, Litouwen, Slowakije, Duitsland en Roemenië.

Gewoon een Koe

2017

Als je door Europa reist zie je ze overal in het land: gewoon koeien, onder een boom, bij een beek, of ze staan om je heen wanneer je op de top van een bergpas komt. Deze witte Franse koeien worden ten onrechte vaak Limousins genoemd, maar het zijn Charolaises. De Charolais is een koeienras dat van oorsprong uit die regio van Frankrijk komt. Het is een vleestype. Overal in het landschap zijn de witte koeien, vaak samen met hun kalfjes te vinden. En in september en oktober, wanneer de koeien ‘in chaleur’ zijn, mogen ook de imposante stieren erbij. Deze koe stond in de Franse Ardennen bij de Belgische grens. Verder noordelijk, bijv. in de Beemster, vind je voornamelijk de zwart-witte Friese koeien. En àls die al buiten staan, is het in een kaal weiland zonder enige beschutting, waar nog maar één soort gras groeit. En is dàt wel ‘gewoon een koe’ te noemen?

Liggend Rendier

2017

Het rendier (Rangifer Tarandus) is de grote grazer van de toendra. Ze leven in kuddes en eten vooral rendiermos, een korstmos, waarin algen en een schimmel een symbiose vormen. Ook ’s winters, als de toendra met sneeuw en ijs bedekt is, weten de rendieren dit met hun hoeven te verwijderen om hun diepvries maaltijd te bereiken. Hun voornaamste vijand is de wolf, die vooral de zwakkere dieren grijpt. Oorspronkelijk kwam het rendier voor in het gehele toendra-gebied rond de Noordpool, maar met name in de zuidelijker delen van deze gebieden is het dier inmiddels verdwenen. Het wordt al eeuwen om zijn vacht, vlees, melk en als trekdier door de mens gebruikt. In Noord-Scandinavië worden nog door slechts vier families van de Samen (Lappen) grootschalig kuddes rendieren gehouden, die op moderne wijze, bijv. met helikopters, bijeengedreven worden in de herfst. De slee van de Kerstman wordt door rendieren getrokken, waarvan één met de naam Rudolf,  een rode neus schijnt te hebben. Een naamgenoot dus, maar gelukkig is mijn neus niet zo rood…..

Oehoe

2017

De Oehoe (Bubo bubo) is een van de grootste uilensoorten ter wereld. Vooral in de late winter laat het mannetje zijn imposante ‘oehoe’-roep horen. Het verenkleed is overwegend geel-bruin van kleur met zwarte accenten, met name op de rug en de bovenzijde van de vleugels. De poten eindigen in fors geklauwde tenen, die gemiddeld zo'n 2-4 cm lang zijn. De oehoe overvalt kraaiachtigen, roofvogels en zelfs andere uilen op hun slaapplaatsen, na hen eerst enige tijd gade te hebben geslagen vanaf een gedekte uitkijkplaats. Zo kan hij urenlang muisstil blijven zitten 'roesten' tot er een grote prooi langs komt. In een duikvlucht grijpt de uil zijn prooi dan meestal in het nekvel om hem op de plukplaats te ontdoen van veren en huid. Egels worden vakkundig ontdaan van hun gestekelde vacht, hij 'pelt' ze met een nog onbekende techniek uit hun huid. De oehoe is zelfs in staat om jonge vossen te slaan en in zijn geheel, al vliegend mee te sleuren naar de plukplaats. In magere tijden kan de oehoe ook lange tijd van aas leven. Daarbij schijnt er een duidelijke voorkeur te bestaan voor hertachtigen.

Roofvogel

2017

Roofvogels zijn in het algemeen vleesetende vogels die op een prooi jagen. Ze vangen deze prooi op de grond, in de lucht of in het water. Sommige soorten eten kadavers. Ze hebben klauwen met scherpe nagels met drie tenen vooruit en één teen achteruit en een grote kromme snavel. Maar roofvogels zijn niet de enige vogels die gewervelde dieren eten, dat doen bijvoorbeeld ook meeuwen, uilen, kraaien en klauwieren en niet iedere roofvogel is een uitgesproken vleeseter: de palmgier leeft bijv. zowel van dode vis, als van de vruchten van de oliepalm. Deze roofvogel zal niet zo veel meer eten, hij hing aan dunne draadjes in een natuurmuseum in het Nationaal Park Saltfjellet in Noorwegen.

Zeearend

2017

Haliaeetus albicilla zoals de Europese Zeearend genoemd wordt, is de grootste arend van Europa en wordt ook wel de vliegende deur genoemd wegens zijn vleugelspanwijdte van 2 tot 2,5 meter en zijn gewicht van 3,1 tot 7,5 kg. Buiten zijn enorme spanwijdte vallen zijn grote gele snavel, de diep gevingerde vleugelpunten en zijn witte staart op. Ze voeden zich met vis, (water)vogels, kleine zoogdieren en aas. Een zeearend kan tot 20 jaar oud worden. Het zijn sociaal levende dieren zonder territorium, m.a.w. ze kunnen rustig naast elkaar broeden. Hun eieren leggen ze in hoge nesten, meestal in bomen bij moerasgebieden of op steile rotswanden langs kustgebieden. Het legsel bestaat meestal uit 2 of 3 witte eieren. Volwassen vogels hebben eigenlijk geen vijanden, alleen de mens kan eventueel een vijand zijn.

Egyptische Sprinkhaan

2016

De Egyptische sprinkhaan, ook wel Egyptische boomsprinkhaan of bloemkoolsprinkhaan genoemd, leeft rond de Middellandse Zee in Zuid-Europa en Noordelijk Afrika. De kleur is bruin tot groen, de achterzijde van de achterste poten is blauw gekleurd. Wat aan hem opvalt zijn de verticaal gestreepte ogen en de stekelachtige knobbel tussen de voorpoten aan de buikzijde. Mannetjes bereiken een lengte van ongeveer 35 mm, de vrouwtjes worden aanzienlijk groter: tot 65 mm. De soort komt normaal in het wild niet voor in Noord-Europa, maar duikt door de import van planten uit Zuid-Europa toch steeds vaker op. Ook in Nederland en België zijn waarnemingen bekend en de soort is zelfs in Denemarken aangetroffen.

Tor

2016

Torren of Kevers behoren tot de gevleugelde insecten. Deze grootste orde van insecten kent een enorme soortenrijkdom. Ze komen overal ter wereld voor en leven in de meest uiteenlopende habitats, ook onder water. Alleen in echte poolstreken en in de zee komen ze niet voor. Alle kevers hebben hetzelfde basisplan. Het lichaam is vaak bolvormig, heeft relatief korte antennes en is sterk bepantserd door een dikke chitine-huid. Het voorste vleugelpaar is omgevormd tot beschermende harde schilden aan de bovenzijde van het lichaam, die de kwetsbare en vliezige achtervleugels bedekken. De larven zijn vaak gebonden aan een specifiek milieu en niet erg mobiel, maar de volwassen kevers zijn prima in staat zich te verplaatsen en zich zo te verspreiden, hoewel ze niet zo snel kunnen vliegen als veel andere insecten. Deze tor liep langs de oever van de Tarn, een rivier in Zuid-Frankrijk.  

Varken

2016

Bij een boswandeling in Norfolk (GB) liepen zo te zien varkens los op een grote open plek in het bos, maar toen we dichterbij kwamen zagen we dat ze elk een kaal stukje grond hadden, van elkaar gescheiden door schrikdraad. Deze varkens leverden waarschijnlijk scharrelvlees maar veel te scharrelen was er niet….. Varkens werden al zo’n 6000 jaar geleden gedomesticeerd. Het zijn intelligente, nieuwsgierige en relatief schone en sociale dieren. De draagtijd van een zeug is ongeveer 115 dagen (3 maanden, 3 weken en 3 dagen) en per worp worden er ongeveer 13 levende biggen geboren. In de intensieve varkenshouderij worden de biggen 21 tot 28 dagen na de geboorte gespeend (op biologische bedrijven pas na 42 dagen) en worden ze na 6 maanden geslacht. In de Keltische mythologie neemt het varken of wilde zwijn een belangrijke plaats in. In de lage landen werden aan de Keltische en Germaanse goden in het midden van de winter varkenskoppen en hammen geofferd. Zulke periodieke ceremonies dienden ook de vleesvoorziening van het dorp: ze eindigden met een maaltijd en de verdeling van stukken varkensvlees. Overdag liepen de varkens los door de nederzetting en de omgeving. Ze behoorden niet toe aan iemand in het bijzonder. In Europa bleven varkens tot ver in de Middeleeuwen rondlopen door dorpen en steden als huisdieren en vuilnisopruimers, scharrelend naar restjes, afval en drek. Van deze 'gemeenschapsvarkens' werd het vlees na de slacht onder de armen verdeeld. Volgens een oud bijgeloof kunnen mensen die varkenshersenen eten geen leugens vertellen. Nu eet ik sowieso al geen varkensvlees, laat staan de hersenen, maar dan is dus de vraag of dit geen leugen is……

Wesp

2016

We zaten op een rustige najaarsdag in de Franse Pyreneeën, toen deze wesp op ons picknicktafeltje landde. Hij bleef heel rustig zitten alsof er niets aan de hand was, wat mij de gelegenheid gaf om hem op mijn gemak te bestuderen, met dit resultaat. Het is een hoornaar, een  vliesvleugelig insect behorend tot de papier-wespen. De hoornaar kan tot 3,5 centimeter lang worden, wat meer dan twee keer zo groot is als de meeste andere wespen en de grootste soort in Nederland en België. Hij komt ook voor in delen van Azië en is door de mens uitgezet in Noord-Amerika. Behalve door zijn afmetingen, valt de hoornaar op door zijn roodbruine kop en borststuk en het duidelijk hoorbare, zoemende vlieggeluid. Ondanks zijn indrukwekkende uiterlijk is hij beduidend minder agressief in vergelijking met andere wespen. Het nest wordt gemaakt van cellulosevezels die van bomen worden geknaagd. Het is bolvormig en bestaat uit meerdere raten. Maar daarin wordt geen honing opgeslagen, zoals bij de ver verwante honingbij het geval is, want hoornaars eten andere insecten, die zij met de kaken vermalen tot een papje en aan hun larven voeren.

Bonte specht

2015

De grote bonte specht is met een lengte van zo’n 25 cm en een gewicht van 60 tot 110 gram een vrij grote vogel. Bovenop is hij zwart met grote ovale, witte schoudervlekken, en van onderen wit en rood gekleurd. De vleugels zijn zwart-wit gestreept. De snavel is dofzwart en de poten zijn grijs. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd, het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin. Hij voedt zich met insecten, vooral met de larven van kevers die onder de bast van naaldbomen zitten, maar hij eet ook fruit, noten, bessen en zaden van naaldbomen. Hij hakt vaak een gat in een boom om daar een dennenappel in vast te klemmen, dit noemt men een ‘spechtensmidse’. Als de kans zich voordoet eet hij jonge vogels. De grote bonte specht heeft tegenwoordig een bijzondere vijand: de halsbandparkiet, oorspronkelijk afkomstig uit India, die als ontsnapte kooivogel nu steeds meer territorium verwerft in Nederland en die de spechten uit hun nestholtes verjaagt. Desondanks is er nog geen bewijs dat de halsbandparkiet een negatieve invloed heeft op de populatie van de grote bonte specht. Die is de laatste jaren n.l. alleen maar in aantal toegenomen.

Duiven

2015

De Columbidae ofwel de familie der duiven, bestaat uit middelgrote, compact gebouwde vogels met een volle, ronde borst en kleine kop. In tegenstelling tot andere vogels kunnen ze water met de snavel opzuigen. Een duif broedt zo'n zestien tot twintig dagen in een eenvoudig, wat rommelig nest. Als de jongen geboren worden zijn ze blind en bedekt met dun dons. Ze worden de eerste dagen met ‘duivenmelk’ gevoerd. Dat is een melkachtige substantie die in de krop van zowel de duivin als de mannetjesduif wordt geproduceerd. Enkele dagen voordat de eieren uitkomen wordt de binnenlaag van de krop van de duif dikker. Dit wordt veroorzaakt door hetzelfde hormoon dat bij zoogdieren de melkproductie aanzet. Uiteindelijk laat deze laag los en komt vrij als een melkachtige substantie, die meer vet en eiwitten bevat dan koemelk en die er door de jongen uit wordt gepikt. Na 3 à 6 dagen gaan de oogjes van de jongen open, na 11 dagen krijgen ze veren en na 25 dagen kunnen ze vliegen. De duif wordt van oudsher door mensen gehouden, als pluimvee of als postduif.

Roek

2015

De roek is vrijwel even groot als de zwarte kraai, ongeveer 46 centimeter lang. Het verenkleed is zwart met een blauwige metaalglans. De snavel is ook zwart, iets naar beneden gebogen en wat slanker dan die van de zwarte kraai. Als het dier wat ouder is, wordt de snavelbasis kaal en de onderliggende grijze huid zichtbaar. Het bovendeel van de poten is, anders dan bij zwarte kraaien, met wat veren bekleed. Deze 'broek' maakt ook jonge roeken in het veld herkenbaar. De beide geslachten zijn gelijk gevederd en even groot. De roek kan luidruchtig zijn en heeft een groot aantal geluiden tot zijn beschikking, die deels met die van de zwarte kraai overeenkomen. Ze leven het gehele jaar in groepen, slapen samen in slaapbomen en broeden in soms zeer grote kolonies. Op de bodem verplaatst de roek zich met plechtige passen of met sprongetjes, in de lucht met een krachtige vleugelslag en een vrij lange glijvlucht. Roeken vormen een paar voor het leven. Partners begroeten elkaar met een soort paradepas, waarbij de vleugels licht worden opgetild. Net als andere kraaiachtigen, zijn ze uitgesproken nieuwsgierig en kunnen makkelijk kunstjes leren. In het voorjaar ziet men dan ook vaak spelvluchten en luchtacrobatiek. Ze spelen spelletjes met groepsgenoten, zoals dingen laten vallen en opvangen of samen schommelen op een tak. Na het uitvliegen sluiten de jongen zich aan bij een troep leeftijdgenoten. In deze jeugdgroepen vindt na circa een jaar de paarvorming plaats.

Schaatsenrijdertje

2015

Het schaatsenrijdertje (Gerris lacustris) behoort tot de familie der Gerridae, insecten die op water kunnen lopen. Het lichaam is erg smal, met kleine vleugels en zes poten, waarvan vier gebruikt worden om relatief snel over het wateroppervlak te bewegen. De kleur is bruin tot zwart en de buikzijde lichter, de maximale lengte zonder poten en antennes + 12 millimeter. Alleen de uiteinden van vier poten rusten op het water. Het drijfvermogen ontstaat doordat onder de pootjes talloze minuscule haartjes met nano-groefjes zitten die een dun laagje lucht vasthouden. Hij peddelt voorwaarts met de middelste poten, de achterste zijn de 'stuurpoten'. Deze wijze van voortbeweging is geheel analoog aan roeien. Een schaatsenrijder kan dus over het water rennen, maar ook duiken en zelfs vliegen. Het voedsel bestaat uit kleine dieren zoals kevertjes en vliegjes die in het water vallen en niet kunnen zwemmen of kleine waterinsecten die naar boven komen om adem te halen zoals muggenlarven. De middelste en achterste poten voelen rimpelingen en vibraties van worstelende insecten in het water, en met de voorste tangachtige poten wordt de prooi gegrepen en vastgehouden en vervolgens door de zuigsnuit doorboord en leeg gezogen.

Spin A

2015

Spinnen vormen een belang onderdeel van ons ecosysteem. Er zijn tegenwoordig ruim 45.000 verschillende soorten spinnen beschreven. Ze hebben een wereldwijde verspreiding en kennen een grote variatie in lichaamsbouw, gedrag en voedselspecialisatie. Een aantal tropische soorten wordt groter en heeft soms bonte kleuren, maar de meeste spinnen hebben een goede camouflage. Sommige zijn zo sterk gecamoufleerd dat ze niet meer als zodanig te herkennen zijn, zoals spinnen die lijken op dierlijke uitwerpselen of op bladeren en takjes. Er zijn ook soorten die andere dieren zoals wespen of mieren imiteren. De kleinste spinnensoorten worden niet langer dan één millimeter. De grootste soorten kunnen een spanwijdte van de poten hebben van meer dan 25 centimeter. Er zijn niet alleen heel veel soorten spinnen, maar binnen een soort is de populatiedichtheid vaak ook erg hoog. Een beroemde Britse spinnenkenner omschreef spinnen eens als ‘een reusachtig tapijt dat de aarde omspant’. Zelfs op de Mount Everest zijn spinnen aangetroffen. Deze leefden op een hoogte van 6600 meter boven zeeniveau.

Spin B

2015

Spinnen zijn typische landbewonende insecten die levende prooidieren eten welke in de regel gevangen worden met behulp van spinsel. Veel spinnen maken een vangweb en zijn passieve jagers, ze wachten tot een prooidier in hun web verstrikt raakt waarna de prooi wordt buitgemaakt. Andere spinnen jagen actief op hun prooi of wachten vanuit een hinderlaag. Spinnen ruimen grote hoeveelheden insecten op, vooral vliegen en muggen. In Nederland zijn slechts een paar soorten algemeen bekend bij het publiek. Voorbeelden zijn de kruisspin, de trilspin en de gewone huisspin. Deze drie soorten komt men relatief vaak tegen. Een andere veelvoorkomende soort is de veldtrechterspin, maar deze leeft meer verborgen in de struiken. De kruisspin laat zich meer zien in tuinen en plantsoenen maar voelt zich absoluut niet thuis in huizen, in tegenstelling tot de trilspin en de huisspin. Een andere spin die vaak te zien is op en rond huizen is de huiszebraspin. Deze spin blijft klein en heeft een zwart-wit bandenpatroon. Hij behoort tot de springspinnen en is bij zonnig weer vaak aan te treffen op muren.

Sprinkhaan

2015

Op een mooie zomeravond landt er op de voorruit van mijn auto een kleine sprinkhaan. Hij zet zich vast aan het glas met zuignapjes en weet zich tot we onze bestemming bereiken vast te houden. Het blijkt de kleine groene sabelsprinkhaan, die ondanks de naam één van de grotere soorten van Nederland en België is. Deze sprinkhaan komt voor in centraal en zuidelijk Europa, in België en in zuid- en oost-Nederland. In het Oosten van het land bevinden zich twee populaties, bij Elsen in de gemeente Hof van Twente en bij het plaatsje Rhienderen in de gemeente Brummen. De habitat bestaat uit ruige vegetatie, langs bosranden en bij open plekken in het bos, ook langs spoorwegen. In Centraal Europa is de sprinkhaan voornamelijk in berggebieden te vinden. De kleine groene sabelsprinkhaan is actief gedurende de maanden juni tot september. De mannetjes laten zich vooral horen tussen drie uur in de middag tot drie uur ’s nachts. Het geluid bestaat uit een ratelachtig gezoem dat sterk aanzwelt en zo'n 4 tot 8 seconden aanhoudt. Op het menu staan voornamelijk andere insecten en planten zoals grassen. Ik vond het bewonderenswaardig dat zo’n klein beestje, ondanks dat we een behoorlijke snelheid hadden, zich vast wist te houden!

Wolf

2015

De wolf komt wereldwijd voor, maar deze leefde op het Varanger schiereiland dat grenst aan de Beringzee. Wolven zijn sociale dieren die in roedels (familiegroepen) leven. Een roedel wordt geleid door een alfa-mannetje en alfa-vrouwtje. Gewoonlijk hebben zij het alleenrecht op voortplanting. De nakomelingen van het alfapaar blijven hooguit 2 jaar in de roedel. Bij een gemiddelde worp van 4 welpen kan de roedel na 2 jaar uit 10 dieren bestaan. Het voedselaanbod is van invloed op de roedelgrootte. In gebieden met weinig voedsel, als Italië en Spanje, leven ze in kleinere familiegroepjes, bestaande uit het alfapaar en hun welpjes, maar waar veel voedsel is (bijv. in Alaska, waar de wolven op elanden jagen) kan een roedel bestaan uit wel 30 dieren. De overige dieren zijn dan meestal volwassen nakomelingen van het alfapaar. De oudere jongen verlaten de roedel al dan niet vrijwillig en trekken vaak nog een periode met hun broertjes en zusjes op. Wanneer ze zelf een territorium en een partner gevonden hebben, vormen ze een eigen roedel. De wolf kent een grote verscheidenheid aan expressiemogelijkheden. Het bekende huilen is vooral bedoeld om te communiceren over langere afstanden en is intensiever bij dieren waarbij de sociale band groter is. Ze kunnen dit gehuil op afstanden van 6 tot 10 kilometer horen. Het afbakenen van het territorium d.m.v. urineren, is voorbehouden aan dominante dieren. Binnen de roedel wordt vooral gecommuniceerd met lichaamstaal. Onderdanige wolven bijv. begroeten anderen door onderwerping, met afgewende ogen, staart tussen de achterpoten, lage houding, oren naar achteren en een zacht gejank. Als ze boos of bang zijn laten ze dat meestal zien met ontblote tanden en gegrom.